In de groepsapp
Een vierkant mosterdgeel
‘Grijs. Laatste woord. Daar zie je niks op,’ schreef Mats, en drie seconden later antwoordde Zoë met een rij uitroeptekens en de woorden ‘over mijn lijk, wit of niks’. De app van de huisgenoten was al sinds de lunch bezig. De huisbaas had goedgevonden dat ze de gang opnieuw verfden, en de gang bleek de plek te zijn waar ieders mening woonde.
Maud las mee in de tram naar huis. Ze had er wel een idee over. De gang had geen raam, en ’s avonds gaf de plafondlamp de muren de kleur van oud papier. Met grijs werd het een tunnel. Op wit zou je tegen het voorjaar elke veeg van een fietsband zien. Wat de gang nodig had was iets warms, dat er bij lamplicht uitzag alsof het zo bedoeld was: een zacht mosterdgeel, het geel van de binnenkant van een peer. Ze zag het precies voor zich. Ze typte: ‘En een geel? Niet fel, meer zo’n’ en hield op, omdat er geen woord voor was, en omdat Mats zou zeggen dat geel iets voor keukens was.
Ze wiste het bericht. Sam plaatste een peiling. Grijs, twee stemmen. Wit, één. De vierde naam stond er zonder stem bij, de hare, en Zoë schreef: ‘Maud??’
Thuis antwoordde ze niet. Ze ging naar de doos onder haar bed waar de restjes verf in zaten, mengde op een schoteltje oker met wit en een vleugje omber, en schilderde op de gangmuur een vierkant ter grootte van een boek. Het eerste was te groen. Ze stelde het bij en schilderde er een tweede naast. Toen deed ze de plafondlamp aan, ging achteruit tot bij de voordeur staan en voelde haar schouders zakken. Dat was het.
Ze fotografeerde het vierkant met de rode jas van Zoë er net naast aan de kapstok, want dat rood was het halve argument, en stuurde de foto naar de groep. Zonder tekst. Haar hart ging sneller dan een likje verf verdiende. Mats reageerde als eerste. ‘Hm.’ Toen Zoë: ‘Oké wacht.’ Maud legde de telefoon met het scherm naar beneden op het schoenenrek en spoelde het schoteltje om, zonder haast om meer te weten te komen.