In de groepsapp
Wat Jasper onder het gedicht schreef
Jasper zat halverwege een bord koude pasta toen de groepsapp van zijn oude klas, die meestal maandenlang dood was, negentien keer achter elkaar oplichtte. Rick had iets gevonden. Het was een screenshot van een gedicht dat hun vroegere klasgenote Marieke openbaar had geplaatst, acht regels over de handen van haar vader en een werkplaats die naar vurenhout rook.
‘Kan iemand de jury van de poëzieprijs waarschuwen,’ schreef Rick. Kevin zette er een gezichtje bij dat huilde van het lachen. Daarna kwam er een versie van het gedicht waarin elk zelfstandig naamwoord was vervangen door ‘worst’, en een tijdlang was de groep alleen nog dat, worst na worst, en doken er mensen op van wie Jasper in geen jaren iets had gehoord, enkel om mee te doen.
Hij las het echte gedicht twee keer. Technisch gezien was het geen goed gedicht. De regels braken op vreemde plekken af en ‘eeuwigheid’ had eruit gemoeten. Maar bij de derde regel, die over zaagsel in de manchetten van een overhemd dat sindsdien door niemand was gewassen, was zijn keel boven de pasta dichtgeknepen. Marieke had het gemeend. Dat was de hele overtreding.
Normaal had hij het laten gaan. Het grootste deel van het jaar had hij deze groep precies daarom op stil staan, en hij was niet graag degene door wie het in een kamer koud wordt. Hij typte ‘eigenlijk is het best’ en wiste het. Daarna kwam ‘kom op, jongens’, wat klonk als een leraar, en dat wiste hij ook. Toen plaatste Kevin de profielfoto van Marieke met een kroontje erop getekend, en in Jasper werd iets stil en helder.
Wat hij verstuurde was kort. ‘Hier doe ik niet aan mee. Haar vader is vorig jaar overleden en ze heeft daar iets over geschreven wat waar is. Dat heb ik liever dan alles wat wij hier vanavond hebben gezegd.’ Hij legde de telefoon in de vensterbank en at met bonzend hart zijn pasta op. Twintig minuten later waren er twee reacties. Rick: ‘wow, oké.’ En, privé, van een meisje dat Esmee heette en met wie hij op school nauwelijks had gepraat: ‘Dank je. Ik wilde het zeggen en deed het niet.’ Hij opende de pagina van Marieke en schreef onder het gedicht: ‘Die regel over het zaagsel. Die laat me niet los.’