In de groepsapp
Een afscheidskaart voor meneer Jansen
‘Heeft iemand al aan vrijdag gedacht?’ schreef Anouk om 7.50 uur in de app van de afdeling. Vrijdag was de laatste werkdag van meneer Jansen, na zesentwintig jaar op de boekhouding, en tot nu toe was het enige plan dat er geen plan was.
Binnen een uur had zij er een. Ze vroeg Marjolein, die prachtig tekende en er nooit over begon, om de kaart te ontwerpen. Erik zou het cadeau uitzoeken, want hij was degene die met meneer Jansen lunchte en wist dat hij oude radio’s opknapte. Naomi, de nieuwste collega, die sinds haar komst nog geen woord in de app had getypt, schreef ze rechtstreeks aan: ‘Jij hebt toch bij een bakker gewerkt? Wil jij ons zeggen welke taart we moeten bestellen? Ik vertrouw meer op jouw smaak dan op de mijne.’ Naomi antwoordde binnen vier minuten, met drie opties en een opmerking over walnoten.
Al het andere kwam bij Anouk terecht, want zij had het aangeboden. Het geld ophalen. Achter de negen mensen aan zitten die ‘ja natuurlijk’ zeiden en vervolgens niet betaalden. De ruimte reserveren, borden lenen. Donderdagavond stond ze om elf uur lint te knippen, en haar eigen rapport voor maandag zat onaangeroerd in haar tas.
De vrijdag verliep goed. Meneer Jansen hield de radiobuis vast die Erik had gevonden en kon even niets zeggen. Mensen prezen de kaart en de walnotentaart en noemden de makers erbij. Marjolein bloosde. Naomi kreeg twee keer de vraag waar ze zo veel over gebak had geleerd, en ze stond nog te praten toen ze er normaal allang stilletjes tussenuit zou zijn geknepen.
Daarna liep de app vol. ‘Geweldige kaart, Marjolein!’ ‘Erik, dat cadeau!’ ‘Naomi, de taart!!’ Anouk scrolde er in de bus glimlachend doorheen, en bleef iets langer scrollen dan nodig was. Niemand had degene bedankt die het lijstje had gemaakt. Het stak meer dan ze tegenover wie ook zou toegeven, en ze ergerde zich aan zichzelf omdat ze het bijhield. Ze typte: ‘Wat fijn dat het zo mooi is gelukt’, en zette er een tweede regel onder die ze normaal niet zou versturen: ‘Het was wel veel werk, eerlijk gezegd. De volgende keer doe ik het graag met iemand samen. Wie meldt zich?’