In de groepsapp
Baklava voor het afscheidsfeest
Isa nam haar vierde spraakbericht van de ochtend op terwijl ze haar tanden poetste, wat niemand hielp om het te verstaan. De app van het cafépersoneel heette ‘Team Espresso’, en het onderwerp van vandaag was het afscheid van zaterdag voor Annemiek, de banketbakker, die naar het buitenland ging verhuizen. Tot nu toe had Isa bijgedragen: een foto van een spandoek, een filmpje van een dansende kat, het idee dat iedereen een van Annemieks afgrijselijke bandana’s zou dragen, en een opname van veertig seconden waarin ze vooral om haar eigen bandana-idee lachte.
De groep vond het geweldig. Ze scrolde terug naar boven om van het geheel te genieten, en toen zag ze het gat. Esra, de nieuwe afwasser, had elk bericht gelezen en er zelf geen geschreven. Isa zag haar voor zich bij de spoelbak, afgelopen dinsdag, glimlachend om grappen, steeds een halve seconde te laat, nog bezig uit te vinden wie wie was.
Hoger, bijna ondergesneeuwd, stond een bericht van de bedrijfsleider, Wim: ‘Ander onderwerp. Ik heb twee mensen nodig voor de voorraadtelling op de 30e. En wie neemt de bestellijst over van Annemiek?’ Isa’s ogen gleden eroverheen zoals ze over brieven van de bank gleden. De 30e was nog ver weg. De bestellijst was kolommen. Ze zou later antwoorden, als het later was.
Esra daarentegen was nu. Isa opende een privégesprek en typte: ‘Hé! Jij komt zaterdag toch? We hebben je nodig. En een belangrijke vraag: kun jij bakken?’ En toen: ‘Ik kan baklava maken. Het recept van mijn moeder. Is dat goed?’ Isa klapte echt in haar handen. ‘Dat is ZO goed. Zeg het in de groep, ze gaan gillen.’ Een minuut later verscheen Esra’s eerste bericht in Team Espresso, en Isa was de eerste van negen mensen die erop reageerden.
Die middag op het werk hield Wim haar staande bij de koffiemolen. ‘Voorraadtelling. Bestellijst. Heb je het gelezen?’ Haar gezicht werd warm. ‘Ja. Ik wilde nog.’ Hij wachtte. Ze dacht aan de kolommen, en aan Annemiek die wegging, en aan het feit dat iemand het moest doen. ‘Zet mij maar bij de telling,’ zei ze. ‘En laat me morgen die lijst zien. Langzaam.’