In de groepsapp
Avondeten voor nummer twaalf
Niels was de groep op een dinsdag begonnen, elf minuten nadat hij had gezien hoe mevrouw Postma van nummer twaalf met haar been in het gips uit een taxi werd geholpen. Hij noemde hem Eten voor Tineke, voegde negen buren toe en plaatste een schema: één naam per avond, drie weken lang, met de opmerking dat ze geen vis at en dol was op alles met dille. Zichzelf had hij op beide zondagen gezet, want de zondagen waren de dagen die mensen vergaten.
Hij hield de groep warm zoals sommige mensen een kachel aan de praat houden. Toen een student verlegen schreef dat hij alleen pasta kon maken, antwoordde Niels: ‘Pasta is perfect, ze zei tegen me dat ze dat mist,’ en daarna klopte hij bij mevrouw Postma aan om zeker te weten dat het klopte. Hij plaatste een foto van de champignonsoep van donderdag. Veertien hartjes.
Toen, op vrijdag, schreef meneer Mulder: ‘In deze groep komen te veel berichten. Een lijst op de deur doet hetzelfde. Ik zet hem op stil.’ Niels las het in de gang. Zijn gezicht werd warm, alsof het hardop was gezegd waar iedereen bij stond, en in zekere zin was dat ook zo. Hij scrolde terug en telde zijn eigen berichten. Negentien in tien dagen. Nu leek het veel.
Hij typte: ‘Sorry allemaal, ik hou me voortaan wat rustiger!’ en wiste het, omdat het gekwetst klonk. Hij typte: ‘Goed idee, zo’n lijst’, en wiste dat ook; een lijst op een deur vertelt een verlegen student niet dat zijn pasta welkom is. Uiteindelijk plaatste hij niets, en dat niets voelde hij het hele avondeten door. ‘Vind jij dat ik te veel praat in de app van het gebouw?’ vroeg hij aan zijn vrouw. ‘Ik vind dat mevrouw Postma al tien dagen goed te eten heeft,’ zei Laura.
Om negen uur stuurde de student hem een privébericht. ‘Ze vroeg weer om mijn pasta. Bedankt dat je me hebt toegevoegd.’ Niels las het drie keer. Toen printte hij het schema, plakte het voor meneer Mulder op de voordeur en ging terug naar de groep om de kok van zaterdag aan de dille te herinneren.