In de groepsapp
De peiling over zaterdag
‘Zaterdag: de noedelbar of het grillrestaurant? Stemmen maar.’ Roos zette de peiling om 9.02 uur in de groep. Thijs zag hem om 11.40 uur, ergens tussen een artikel over waarom trambellen op één bepaalde toonhoogte zijn gestemd en datgene wat hij die ochtend eigenlijk had moeten doen. Hij stemde niet. Hij keek naar de peiling.
Er waren twee opties. Maar in de veertig berichten erboven hadden vijf vrienden vier verschillende restaurants genoemd, en minstens twee van hen hadden duidelijk naar de dumplingtent gewild. Dat kon een stemming tussen twee opties niet laten zien. Het was mogelijk, bedacht hij, dat het grillrestaurant won en toch van niemand de eerste keus was.
Hij begon te typen. ‘Klein puntje, maar een peiling met twee opties kan eigenlijk niet laten zien wat de groep wil als er een derde optie is die het van allebei afzonderlijk zou winnen, wat’ en daar hield hij op, want hij hoorde hoe Roos het zou lezen. Hij wiste alles.
Verder naar boven stond wel nog een vraag die Wouter dinsdag had gesteld en waar niemand op was ingegaan: of groene thee echt bitter wordt van kokend water of dat mensen dat elkaar gewoon napraten. Hij schreef zes zorgvuldige regels over temperatuur en wat er wanneer oplost, zette erbij dat hij van het tweede deel niet zeker was en verstuurde het. Wouter antwoordde met één opgetrokken wenkbrauw. ‘Het is vrijdag, Thijs.’ Toen Roos. ‘Thijs. Noedels of grill.’ ‘Allebei prima. Hoe laat?’ ‘Half acht, dat zei ik een uur geleden al.’
Hij scrolde omhoog. Het stond er. Hij stemde op noedels en zette voor de zekerheid een herinnering in zijn telefoon, zag toen dat hij die op zondag had gezet en schoof hem een dag terug. Hij wilde er echt bij zijn. Hij was meer op deze mensen gesteld dan hij wist te laten merken, en komen opdagen was het deel dat ook werkelijk bij hen aankwam. Om 23.15 uur opende hij een privégesprek met Wouter. ‘Iets heel anders. Wil je horen waarom de peiling van Roos strikt genomen niet deugde? Het is best een mooi probleem.’ ‘Vertel het maar bij het eten,’ schreef Wouter. ‘Half acht. Zaterdag. De noedelbar.’